In teams speelt met regelmaat het thema veiligheid en vertrouwen. Terwijl we wijzen naar elkaar, proberen om “werkbare” afspraken te maken zoals niet roddelen en elkaar feedback geven, blijken we naast professionals ook gewoon mensen te zijn, met onze eigen levensthema’s en verwondingen.
Collega A uit op indirecte wijze haar kritiek richting collega B. Ze gebruikt stevige woorden die studenten richting haar geuit hebben: “De onderlinge band in de klas is onherstelbaar beschadigd”. Collega B hoort haar woorden alsof collega A haar daarvan beschuldigt, alsof collega A vindt dat collega B steken heeft laten vallen. Hoorbaar geëmotioneerd schiet collega B in de verdediging, waarop collega A nogmaals de ernst van de situatie verwoordt en de aandacht richt op dat zij slechts de boodschapper is van een geluid wat via de studenten bij haar terecht is gekomen. Enkele collega’s proberen beurtelings de situatie te nuanceren door te vragen of het ontevreden geluid door één of meerdere studenten geuit werd of door te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van de studenten hierin. Ze proberen collega B te ondersteunen door het diversiteitsperspectief in te nemen dat studenten van iedere collega andere dingen kunnen leren in hun eigen ontwikkeling, in een poging de spanning te verminderen. De teambespreking gaat verder naar een ander item, maar de lading blijft voelbaar en op betrekkingsniveau is er geen helderheid. Het verbaast me dan ook niet dat ik in de dagen na dit moment zowel van collega A als B hun emoties over deze situatie hoor.
Als ik het zwart-wit samenvat, dan vindt collega A het onbegrijpelijk dat collega B niet de vaardigheden ontwikkelt die zij wel bij zichzelf ziet en die volgens haar horen bij professioneel zijn in je werk. Ze is gefrustreerd over het gebrek aan groei en verandering bij collega B. Voor collega B is het pijnlijk om wéér te horen dat zij niet “goed genoeg” is en dit te moeten afleiden uit wat collega A uit, zonder dat collega A haar dit op directe wijze zegt. Beide collega’s zijn diep geraakt. De situatie suddert nog na, ook al wordt er niet meer met elkaar over gesproken.
Wat mij als eerste opvalt in deze situatie is dat we vergeten om te kijken naar onszelf. Ik geloof dat als er niks is in jou wat geraakt kan worden, je niet langer persoonlijk zo geraakt kunt worden door gedrag van een ander. Het klinkt simpel, het is complex (want ik veronderstel dat we allemaal stukjes last met ons mee dragen die nog graag erkenning wensen en om een wonderlijke reden, spelen we die uit in ons verdere leven).
In de waan van de dag en de werkdruk die we ervaren, lijkt de oplossing dat het gedrag van onze collega verandert. Als ik er naar kijk vanuit een IFS-perspectief, dan zou ik deze collega’s vragen om een U-turn te maken. In het geraakt zijn van beide collega’s wordt mogelijk een van hun eigen bannelingen geraakt, een jong deel van ons wat een overtuiging met zich meedraagt zoals bijvoorbeeld in dit geval “Ik ben niet goed genoeg” of “Ik hoor er niet bij”. Beschermerdelen bespeuren onveiligheid en rollen strategieën uit, om oftewel te voorkomen dat de pijn van bannelingen gevoeld wordt of indien die pijn geraakt wordt, er snel voor te zorgen dat deze minder voelbaar wordt in het systeem.
Collega A heeft mogelijk een kritisch beschermerdeel voor haar eigen kwetsbare banneling, wat er voor zorgt dat zij voor zichzelf strenge normen gesteld heeft rondom “goed functioneren”. Nu de ontevreden geluiden van studenten alsnog de pijn van “niet goed genoeg zijn” activeren, komt haar afleidende beschermerdeel naar voren. De strategie van dit deel is om de schuld te verplaatsen naar collega B, maar wel op zo’n manier dat ze dit niet op een directe wijze doet. Beide beschermerdelen hebben de beste intentie en willen voorkomen dat collega A pijn voelt. Het afleidende deel wil haar ook graag veilig houden en meent wellicht dat ‘direct zeggen’ leidt tot onveiligheid.
De indirecte beschuldigingen van collega A maken de banneling van collega B heel onrustig. Het hardwerkende beschermersdeel van collega B zorgt er voor dat zij normaal gesproken de pijn van haar banneling, die wellicht gelooft “dat ze niet goed genoeg is” niet hoeft te voelen, want ze werkt keihard. Maar nu is de banneling toch geraakt en het afleidende beschermdeel zet manieren in om het systeem van collega B van die pijn weg te houden. Het deel begint te verdedigen door aan te vallen. Ook een poging van dit deel om voor haar veiligheid te willen zorgen.
Hurt people hurt people. Healed people heal others. Alleen dat al is voor mij genoeg reden om Internal family systems (IFS) te benutten om mijn eigen gekwetste delen aan te kijken, verantwoordelijkheid te nemen voor de zorg ervan en hopelijk anderen te inspireren om vanuit eigen verwondingen niet nog meer pijn te veroorzaken, maar elkaar met compassie te kunnen bejegenen. We kunnen onbewust handelen vanuit onze delen, maar ons Zelf is zo veel meer dan de delen waaruit we bestaan.
Hoe zou het zijn als beide collega’s de U-turn maken en met nieuwsgierigheid durven kijken welke informatie hun systeem geeft? Wat zijn de zorgen van de beschermende delen? Wat proberen de delen te bereiken en lukt dat? Weten de delen dat ze niet collega A en B zijn? Welk verhaal hoort er bij hun bannelingen? Welke oude last en overtuiging draagt de banneling met zich mee? Kan er hoop komen in het systeem van collega A en B wanneer ze met compassie naar hun delen kijken, waardoor er meer wederzijds begrip en respect voor elkaar ontstaat?
Waar ik mee begon, daar wil ik mee eindigen. We zijn naast professionals ook gewone mensen, met onze eigen levensthema’s en verwondingen. Hoe mooi zou het zijn als we met compassie naar onze eigen delen en elkaars delen kunnen kijken, zodat we bij ons Zelf uit komen als vertrekpunt voor samenwerking in teams.
Isabelle van Alebeek
September 2025


